Spechtennestkast, groene- of grote bonte specht

Spechtennestkast, groene- of grote bonte specht. De spechtenkast is van goede kwaliteit en het dak is uitgevoerd met dakleer met leislag. Het dak van de spechtennestkast is afneembaar om de kast schoon te kunnen maken.

De nestkast is HELAAS NIET MEER LEVERBAAR

Gebruik het contactformulier voor vragen of bestellingen.

Er zijn ook nestkasten voor kleinere spechtensoorten beschikbaar.

Herkennen van de bonte spechten;

Grote bonte specht: lengte van snavel tot staartpunt 23-26 centimeter

Middelste bonte specht: lengte van snavel tot staartpunt 19,5-22 centimeter

Kleine bonte specht lengte van snavel tot staartpunt 14-16,5 centimeter

Grote bonte specht

De grote bonte specht is met een lengte van 23 tot 26 centimeter een vrij grote vogel, die bovenop zwart is en wit van onder. Hij heeft grote, ovale witte schoudervlekken en een rode anaalstreek. De ogen zijn bruinrood, de snavel en de poten zijn grijs. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd, het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin. Juveniele vogels hebben een geheel rode kruin en een roze anaalstreek en lijken daardoor op de middelste bonte specht. Vaak hebben jonge vogels nog gebandeerde schoudervlekken.

Hij voedt zich met insecten, vooral met de larven van kevers die zich onder de bast van naaldbomen ingraven, maar hij eet ook noten, bessen en zaden van naaldbomen. Hij hakt vaak een gat in een boom om daar de dennenappel in vast te klemmen. Dit noemt men een spechtensmidse.

Zijn verspreidingsgebied beslaat een groot deel van Europa en Noord-Azië. De grote bonte specht broedt in alle soorten bos, maar ook in cultuurlandschap met boomgroepen, parken en tuinen, zelfs in grote steden. De grote bonte specht is een vrij schuwe en voorzichtige vogel, maar hij bezoekt wel voedertafels, vetbollen en pindastrengen in tuinen.

Spechten (Picidae) vormen een vogelfamilie van kleine tot middelgrote, robuuste vogels met scherpe snavels, een stijve staart en zygodactylisch poten waarvan de twee middelste tenen naar voren staan en de buitenste twee naar achteren. Zij leven meestal in bomen en gebruiken hun scherpe snavel en lange kleverige tong om daaruit insecten los te peuteren. Zij gebruiken hun staart daarbij als steunpilaar. Zij leven meest in paren en hakken hun nest uit in een boomstam.

De familie wordt verdeeld in drie onderfamilies: de draaihalzen (Jynginae), de dwergspechten (Picumninae) en de echte spechten (Picinae). Er worden op dit moment 225 soorten in de familie der spechten erkend. (Bron Wikipedia)